VOER HIER UW SLOGAN IN

media xl 2465534

Een man haalt geld uit zijn portemonnee.

Ze zijn zo goed bedoeld, de 27 inkomensregelingen waarmee politici hun kiezers een financieel steuntje in de rug proberen te geven. Ze hebben namen als langdurigheidstoeslag, kwijtschelding waterschapsheffingen, aftrek bijzondere zorgkosten, kinderopvangtoeslag en het liefst zou elk individueel probleemgeval ermee geholpen moeten zijn. Want niemand mag aan de kant blijven, niemand mag armoede lijden. Maar: zevenentwintig?

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Wat is het effect? En hoe wordt deze situatie weer normaal? Van de 17 miljoen Nederlanders hebben er 16 miljoen linksom of rechtsom met een zogenoemde inkomensafhankelijke regeling te maken – van een kinderopvangtoeslag voor de baby tot de arbeidskorting voor alle werkenden.

De regelingen zijn afhankelijk van inkomen en spaargeld – ‘vermogen’- maar gebruiken daar niet dezelfde definitie voor – verzamelinkomen, toetsinkomen, besteedbaar inkomen, netto-inkomen. Dan worden ze ook nog uitgevoerd door verschillende instanties, die weer op verschillende momenten uitkeren en allemaal andere termijnen hebben voor het beoordelen van een aanvraag. Hoe pakt dat in de praktijk uit? We nemen drie voorbeelden: een gepensioneerde weduwnaar, een doorsnee gezin en een jonge, alleenstaande moeder.

media l 2465623

De gepensioneerde weduwnaar
De gepensioneerde weduwnaar is 67 jaar, ex-bouwvakker met een inkomen net boven bijstandsniveau. Hij kampt met fysieke beperkingen. Hij heeft recht op vijftien verschillende regelingen.

Welke? De algemene heffingskorting, kwijtschelding van waterschapsheffingen, alleenstaande ouderenkorting, ouderenkorting, een sociale huurwoning, huurtoeslag, een goedkopere ziektekostenverzekering, algemene tegemoetkoming chronisch zieken- en gehandicapten, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, langdurigheidstoeslag, zorgtoeslag, tegemoetkoming specifieke zorgkosten, ouderentoeslag in box 3, aftrek van specifieke zorgkosten en algemene heffingskorting. En, o ja, een stadspas voor korting op van alles.

Bij die vijftien regelingen heeft de gepensioneerde weduwnaar te maken met:

– Vijf overheidsorganisaties die erbij betrokken zijn.

– Die gebruiken zeven verschillende definities voor ‘inkomen’ en/of ‘vermogen/spaargeld’

– Ze hebben vier verschillende momenten waarop ze aan de weduwnaar uitbetalen.

– En ze hebben zes verschillende aanvraagprocedures, met elk hun eigen beoordelingstermijnen.

media l 2465605

Doorsnee gezin
Het doorsnee gezin heeft twee kinderen. De man is loodgieter en kostwinner en verdient het minimumloon, zijn vrouw heeft een bijbaantje dat 5000 euro per jaar oplevert. Hun kinderen zijn 11 en 9 jaar en hebben allebei een spierziekte waardoor ondersteuning nodig is.

Het gezin heeft recht op veertien verschillende regelingen waarbij ze te maken hebben met

– Drie betrokken overheidsorganisaties.

– Die gebruiken vier verschillende definities voor ‘inkomen’ en/of ‘vermogen/spaargeld’

– Ze hebben vier verschillende momenten waarop ze aan het gezin uitbetalen.

– En ze hebben drie verschillende aanvraagprocedures, met elk hun eigen beoordelingstermijnen.

Alleenstaande moeder
De alleenstaande moeder is 21 jaar en heeft een babytje. Ze heeft een bijstandsuitkering en een gokschuld van 21.000 euro. Ze zit in de schuldsanering.

De alleenstaande moeder heeft recht op dertien verschillende regelingen waarbij ze te maken heeft met:

– Vier betrokken overheidsorganisaties.

– Die gebruiken zeven verschillende definities voor ‘inkomen’ en/of ‘vermogen/spaargeld’

– Ze hebben vier verschillende momenten waarop ze aan het gezin uitbetalen.

– En ze hebben acht verschillende aanvraagprocedures, met elk hun eigen beoordelingstermijnen.

media l 2465643

Staatssecretaris van Financien Frans Weekers voorafgaand aan het debat over fraude met overheidstoeslagen.

Probleem met al die regelingen is ook dat ze op elkaar inwerken. Want een beroep op bijvoorbeeld een tegemoetkoming in de zorgkosten kan ervoor zorgen dat het inkomen omhoog gaat, waardoor iemand met zijn inkomen over de grens van een andere regeling gaat, daar geen recht meer op heeft en terug moet gaan betalen, of een boete. Of erger: dat een instantie beslag gaat leggen op het inkomen.

Wat is het gevolg?
De mensen die de inkomenssteun het hardste nodig hebben, haken het eerste af als ze eenmaal het gevoel hebben in een ondoordringbaar regelwoud te zijn beland. Anderen beginnen er al niet aan om dat kafkaëske bos te betreden.

Vooral als er ergens in een van de gemiddeld dertien regelingen die iedereen heeft iets fout gaat, is de ellende niet te overzien. Mensen weten niet meer wat te doen, maar moeten toch handelen. Daarbij doen ze vaak het verkeerde, ook al omdat de instanties waar ze zich toe wenden het ook niet weten. Ook de professionals is de complexiteit boven het hoofd gegroeid. In het ergste geval staat de wanhopige burger als ‘fraudeur’ te boek.

Cynisch is dat hoe hoger iemand is opgeleid, hoe beter hij in staat is met bureaucratische complexiteit om te gaan. En dat is precies niet de doelgroep van al die inkomensafhankelijke regelingen.

Hoeveel euro’s er door niet-gebruik op de plank blijven liggen, weet niemand. Evenmin hoeveel geld er verloren gaat door misbruik of fraude. Dat de complexiteit misbruik en fraude in de hand werkt, is wel bekend – zie bijvoorbeeld de Bulgarenfraude

media l 2465540

De Belastingdienst lijkt de aangewezen instantie om de inkomensafhankelijke regelingen in de toekomst te stroomlijnen.

Wat is de oplossing?
Het probleem is veel regelingen, veel verschillende inkomensbegrippen, veel betrokken instanties en veel uitbetalingsmomenten. Dan ligt de oplossing voor de hand: minder regelingen, één inkomensdefinitie, één uitvoerende instantie, één uitbetalingsmoment.

Het kabinet heeft al geprobeerd verschillende toeslagen bij elkaar te voegen en er één huishoudentoeslag van te maken. Maar dat blijkt te ingewikkeld, zowel om uit te voeren als om het juridisch sluitend te krijgen.

Actal, een door Paars II in het leven geroepen anti-regeldruk-adviseur van het kabinet, heeft de oplossing. Zij vinden dat er eerst één definitie voor inkomen en voor spaargeld moet komen. Vervolgens moeten alle instanties die inkomensafhankelijke regelingen voeren één betalingsmoment afspreken. Daarna moet de overheid één instelling aanwijzen die de gegevens bundelt – de Belastingdienst heeft het monopolie op inkomens- en vermogensgegevens en lijkt het meest gekwalificeerd.

Bron: de Volkskrant.