VOER HIER UW SLOGAN IN

De Participatiewet moet iedereen in staat stellen om volwaardig mee te doen en bij te dragen aan de samenleving, het liefst via werk. Dit geldt ook voor mensen voor wie dat een grotere opgave is. Wie ondersteuning of begeleiding nodig heeft om aan het werk te komen of te blijven, kan hulp krijgen van de gemeente. Mensen die (tijdelijk) geen of nauwelijks inkomen hebben, kunnen financiële ondersteuning krijgen van de gemeente. De verplichtingen die daarbij horen, zijn aangescherpt en voor iedereen gelijk.

Werken naar vermogen

De Participatiewet biedt één regeling voor iedereen met arbeidsvermogen. In plaats van de huidige wetten: Wet werk en bijstand (WWB), Wet sociale werkvoorziening (WSW) en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Voor iedereen dezelfde instrumenten om aan het werk te komen en ook dezelfde rechten en plichten. Daarnaast moedigt de gemeente werkgevers aan om mensen met een arbeidsbeperking banen aan te bieden. Bijvoorbeeld door een gedeelte van het loon mee te betalen of werkaanpassingen mogelijk te maken.

Tegenprestatie

De ‘tegenprestatie’ is een onderdeel van de Participatiewet en gaat uit van het principe ‘doen wat u kunt’. Dat betekent dat iemand er alles aan doet om zo snel mogelijk zonder uitkering te kunnen leven. Als dit niet (direct) lukt, stimuleren we iemand om op een andere manier mee te doen in de samenleving of om te werken aan persoonlijke problemen. Denk bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk. Meedoen helpt om sociale contacten te leggen en ritme en regelmaat te houden. Dat verhoogt dan weer de kans op werk.

Maatregelen aangescherpt en voor iedereen gelijk

Onderdeel van de Participatiewet is de Wet Maatregelen Wet werk en bijstand. De verplichtingen die horen bij een uitkering worden aangescherpt en worden voor iedereen gelijk. Bijvoorbeeld op het gebied van misdragingen en arbeids- en re-integratieverplichtingen. Handhaving wordt ingezet voor de naleving van de verplichtingen. Het evenwicht tussen preventie en de aanpak van fraude staat hierin centraal.

Kostendelersnorm

Onderdeel van de Participatiewet is de kostendelersnorm. Deze is bedoeld om te voorkomen dat binnen één huishouden sprake kan zijn van een stapeling van uitkeringen – en daarmee een onevenredig kostenvoordeel. Iedereen houdt individueel recht op bijstand maar de bijstandsnorm wordt lager als meer mensen in één huis wonen. Dus hoe meer volwassen personen in één huishouden, hoe lager de bijstandsuitkering per uitkeringsgerechtigde. Zij kunnen namelijk de kosten van het huishouden delen. Jongeren tot 21 jaar vallen niet onder de kostendelersnorm.

Regelingen en toeslagen

Bijzondere bijstand

Door bijzondere omstandigheden kan het zijn dat een uitkering niet voldoende is om bepaalde kosten te dekken. Als de kosten voor iemand noodzakelijk zijn en niet via een andere voorziening worden vergoed, kan de gemeente bijzondere bijstand verlenen. De mogelijkheden voor individuele bijzondere bijstand (van daadwerkelijke kosten) worden verruimd. En die van categoriale bijzondere bijstand (aannemelijke kosten) worden beperkt.

Individuele inkomenstoeslag

De individuele inkomenstoeslag is voor mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen. Deze toeslag vervangt de Langdurigheidstoeslag.

Chronisch zieken en gehandicapten

De algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie eigen risico (CER) zijn afgeschaft. Eind 2014 wordt de Wtcg over 2013 uitbetaald. De CER is eind 2013 voor het laatst uitbetaald. In plaats van de Wtcg en de CER gaat de gemeente in 2015 ondersteuning op maat bieden. Vanaf 2015 worden de zorgkosten van Helmond gecompenseerd door onder andere de nieuwe collectieve zorgverzekering via de gemeente, de verlaging van de eigen bijdragen en ondersteuning op maat voor bijzondere en/of schrijnende situaties.

Hervorming kindregeling (via Belastingdienst)

Per 1 januari ontvangen alleenstaande ouders binnen de WWB, de IOAW en de IOAZ niet langer de maandelijkse toeslag van 20% van het wettelijk minimumloon. Daarvoor in de plaats komt een verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders: de alleenstaande-ouderkop (ALO-kop). Dit loopt via de Belastingdienst – Toeslagen. Voor alleenstaande ouders in de WWB die geen alleenstaande-ouderkop (ALO-kop) krijgen omdat zij een toeslagpartner hebben, geldt overgangsrecht tot 1 januari 2016.